|
TeamFysio
TeamFysio Enter
|
+ Shin splint (Scheenbeenirritatie, springschenen) + Schouderinstabiliteit + Liesblessures + Knieband letsel + Inversietrauma + De Warming-up + De Tenniselleboog + De Runner's Knee (Lopersknie) + De Jumper's knee (Springersknie) + Achillespeesontsteking Zweepslag (Coup de fouet) ![]() Een gedeeltelijke spierscheuring of wel een zweepslag of coup de fouet komt vaak voor op de overgang tussen de spier en de pees. De spieren die geneigd zijn om te verkorten zijn het meest gevoelig voor deze blessure. Bijvoorbeeld: de binnenzijde van de lange kuitspier, rectus femoris (een van de spieren aan de voorzijde van de bovenbenen), de hamstrings (de spieren aan de achterzijde van het boven been) en aan de triceps brachii (spier aan de achterzijde van de boven arm). De spierscheuring kan gebeuren bij:
Het lijkt of er een steentje / een schop tegen je spier aankomt terwijl dit niet het geval is. Je kunt de spier meteen niet meer gebruiken, er ontstaat een bloeding in de spier en later is het aanspannen en rekken van de spier pijnlijk. Wat kunt u doen: 1e fase (2 / 5 dagen)
2e fase (2 / 5 dagen – ± 3 weken) 3e fase (3 - ± 6 weken) Na een periode van minder belasten van de spier is het nodig om de spier weer sterk te maken met een aantal door de fysiotherapeut gegeven oefeningen. Hierbij mag geen echte pijn worden gevoeld. Een goede kracht, lengte en belastbaarheid van de spier vermindert de kans dat je dezelfde klacht terug krijgt. In deze fase kan ook langzaam de looptraining worden hervat. In deze fase kan tape of bandage als hulpmiddel worden gebruikt. In fase 4 kan pas worden overgegaan met sportspecifieke training in de vorm van sprong, draai en sprint belasting.
terug naar vragen Shin splint (Scheenbeenirritatie, springschenen) ![]() Scheenbeenirritatie wordt veroorzaakt door een overbelasting van de buigspieren van voet en tenen. Deze spieren spelen een belangrijke rol bij de balans van het lichaam tijdens het staan, lopen en springen. De pijnklachten kunnen worden ingedeeld, naar toenemende ernst, in 5 stadia:
Wat moet je doen? Pijn betekent stoppen! Een zeurende pijn tijdens of vlak na de sportbeoefening is niet normaal. Doorgaan leidt van kwaad tot erger. Masseer het pijnlijke gebied gedurende een minuut of 5 met een ijsklontje. Revalidatie/herstel Bij scheenbeenirritatie kunnen onderstaande spierversterkende oefeningen gedaan worden voor een spoedige en verantwoorde sporthervatting. Door het doen van de oefeningen verbeter je de spierkracht van de kuit en onderbeenspieren én het coördinatievermogen van de enkel. Fase 1 + 2 : Trainingsintensiteit aanpassen. Vaak kan het tijdig aanpassen of stoppen van de training al voldoende zijn om scheenbeenirritatie stadium 1 of 2 te laten genezen. Fase 3 en hoger. Tijdelijk helemaal niet hard lopen. Pas beginnen met het herstel als je pijnvrij bent. Alternatieve trainingsvervangende arbeid zoals hierboven beschreven staat mag wel mits het pijnvrij uitgevoerd kan worden. * Bij scheenbeenirritatie in stadium 3 of hoger is het verstandig om een (sport)arts te raadplegen * Blijf koelen na de sportinspanning.* Bij stijve kuitspieren is het goed om deze regelmatig te laten masseren door een sportmasseur en doe rekoefeningen voor deze spieren. Een goede getraindheid en een uitgebreide warming-up verkleint de kans op een scheenbeenirritatie. Je bereidt je spieren en de rest van je lichaam voor op wat er gaat komen. Geschikte sportschoenen en/of steunzolen verkleinen de kans op scheenbeenirritatie. Kijk hiervoor bij VSO- Spanjersberg. terug naar vragen Schouderinstabiliteit ![]() Deze schouderaandoening komt vrij vaak voor bij die sporten, waar sprake is van herhaalde, zeer snelle schouderactiviteiten, zoals werpen of zwemmen. Om te begrijpen wat de oorzaken kunnen zijn, is het belangrijk om eerst enigszins te weten hoe een schouder in elkaar zit. De bovenarm zit met zijn kop in de kom onder het schouderdak. De kom omsluit maar gedeeltelijk de kop van de onderarm. Om te voorkomen dat de kop van de bovenarm uit de kom schiet, zit er een ring van kraakbeen aan de rand van de kom. Deze maakt de ruimte van de kom als het ware wat dieper, zodat de kop goed wordt omsloten en er niet uit kan vallen. Deze ring wordt het labrum genoemd. Vervolgens loopt er een aantal banden over het schoudergewricht. Deze banden worden ligamenten genoemd. Deze zijn afwisselend gespannen dan wel ontspannen, afhankelijk van de stand van de schouder. Zo is er in elke stand van de schouder wel een aantal ligamenten gespannen. Dit draagt bij aan de stabiliteit van de schouder. Het labrum en de ligamenten zorgen voor passieve stabiliteit. Het labrum en de ligamenten kun je namelijk niet aanspannen of ontspannen. Bij sporten als zwemmen en werpen kunnen er herhaaldelijk kleine beschadigingen in het labrum of de ligamenten optreden, ook kunnen de ligamenten herhaaldelijk worden uitgerekt, waardoor ze langzamerhand hun stabiliserende functie verliezen. Dit verrekken kan ook in één keer gebeuren, bijvoorbeeld na een val op de schouder of arm. Andere oorzaken zijn een verstoord spierevenwicht, of een slechte coördinatie. Bepaalde spieren kunnen verzwakt zijn, of spannen niet op het juiste moment aan. Wat kun je eraan (laten) doen? terug naar vragen Liesblessures ![]() Liesblessures kunnen vele oorzaken hebben. Vaak betreft het een overbelastingsklacht van de spieren en pezen die aanhechten in de lies, die kan leiden tot een ontstekingsreactie (tendinitis). Maar ook een gehele of gedeeltelijke spierscheur (ruptuur) kan leiden tot klachten in de lies. De spiergroepen die de oorzaak zijn van deze klachten zijn: 1. De spieren die het been naar binnen bewegen (adductoren) 2. De spieren die de heup buigen (iliopsoas en rectus femoris) 3. De rechte en schuine buikspieren Overbelastingsblessures komen vaak voor bij teamsporten zoals voetbal en hockey, maar ook atletiek (lange afstand lopen, hordenlopen, hoogspringen) en schaatsen zijn takken van sport waar relatief veel liesblessures voorkomen. Liesklachten die het gevolg zijn van overbelasting komen voor in verschillende gradaties: Graad 1: Pijn treedt op na sportbeoefening, startpijn/ stijfheid ’s ochtends. Graad 2: Pijn bij warming-up en in verloop van sportbeoefening Graad 3: Pijn is voortdurend aanwezig tijdens sportbeoefening Graad 4: De pijn is in het dagelijks leven voortdurend aanwezig. De eerste maatregel die genomen wordt is het verminderen van de trainingsbelasting; de mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de ernst van het letsel. De sportfysiotherapeut kan helpen met het opstellen van een gedoseerd trainingsprogramma en de aandoening behandelen met diepe dwarse fricties. Ook het rekken van de spieren in de lies en het versterken van de buikspieren maken deel uit van de behandeling. Het opbouwen van de kracht en sportspecifieke oefeningen is in een later stadium van de behandeling aan de orde. Wanneer de liesklachten het gevolg zijn van een ruptuur, ligt de oorzaak in een plotselinge beweging zoals een sliding of draaibeweging bij voetbal. Hierbij voelt de sporter een plotselinge pijnscheut in de lies, waarna er stekende pijn in combinatie met zwelling en verkleuring optreedt. Na de eerste noodzakelijke hulp (ijs en totale rust), is voor een goed herstel weer de hulp van een sportfysiotherapeut noodzakelijk. Naast het voorzichtig rekken van de spier en behandelen met diepe dwarse fricties, wordt er begonnen met een oefenprogramma voor het spierherstel, waarbij een goede opbouw uiteraard belangrijk is. De sportfysiotherapeut kan ook adviseren in het nemen van preventieve maatregelen. Een goede warming-up met rekkingsoefeningen, samen met een goede getraindheid van spiercoördinatie, lenigheid en kracht zijn zinvol om deze klachten in de toekomst te voorkomen. terug naar vragen Knieband letsel ![]() Bij veel blessures van het kniegewricht is er sprake van letsel aan de gewrichtsbanden. Deze blessures worden vaak veroorzaakt door een draaibeweging in het kniegewricht, wat vaak voor komt tijdens het sporten. Voorbeelden van deze bewegingen zijn:
De banden in de knie zorgen voor een stabiel gewricht en voorkomen bepaalde bewegingen om het gewricht te beschermen. Een bandletsel kan op vier verschillende plaatsen plaatsvinden: · de binnenband (lig. collaterale mediale) · de buitenband (lig. collaterale laterale) · de voorste kruisband (lig. cruciatum anterior) · de achterste kruisband (lig. cruciatum posterior)
- de buitenband Letsel aan de buitenband is degene die minder vaak voorkomt. De buitenband beschermt de knie tegen bewegingen naar buiten (varus-stand). Deze blessure kan ontstaan op het moment dat iemand bijvoorbeeld een schop krijgt aan de binnenkant van het been. De knie doet onmiddellijk erg veel pijn, u kunt hem niet meer belasten, en hij wordt snel dik. Bij sporters wordt er vaak een operatie uitgevoerd waar er een vervangende kruisband wordt geplaatst om de knie weer stabiel te krijgen. Zo worden er 2 verschillende operaties uitgevoerd waarbij ze kiezen tussen een reconstructie met een gedeelte uit de patellapees of ze gebruiken een pees van de hamstrings. - De achterste kruisband Dit is een blessure die zich meestal bij ongelukken voordoet, bijvoorbeeld een dashboard trauma. De achterste kruisband remt de beweging van het onderbeen naar achteren. In de sport komt deze blessure o.a. voor bij keepers die een duel aangaan. Hierbij krijgen zij een trap aan de voorzijde van de knie waardoor het onderbeen naar achteren gaat. In de meeste gevallen wordt er bij deze blessure een keuze gemaakt om te opereren. De behandeling In de eerste paar dagen na het ontstaan van het letsel zal de behandeling zich richten op de pijn en zwelling. De behandeling zal dan ook bestaan uit:
Aan de hand van de ernst van het letsel en in overleg met de sporter wordt besloten of het verstandig is om te opereren. Als er voor een operatieve of conservatieve behandeling wordt gekozen, dan speelt de fysiotherapeut in beide gevallen een belangrijke rol bij het herstel. Er wordt een programma gemaakt met oefeningen om de coördinatie en de spierkracht te verbeteren. Langzaam zal de belasting opgevoerd worden, zodat na enkele weken tot maanden weer normaal bewogen en aan sport gedaan kan worden. Kracht en conditie van de spieren moeten dan zo optimaal mogelijk zijn en blijven. De sporter moet dus extra gemotiveerd zijn om continue aandacht aan zijn knie te besteden. terug naar vragen Inversietrauma ![]() Bijna iedereen gaat wel eens "door zijn enkel". Wanneer dit gebeurt en je voet klapt naar binnen, spreekt men van een inversietrauma. Wat is er nu aan de hand? Allereerst moeten we begrijpen hoe een enkel is opgebouwd. De enkel bestaat uit twee gewrichten, het bovenste spronggewricht en het onderste spronggewricht, ofwel articulatio talocruralis en articulatio subtalaris/talocalcaneonavicularis. Het bovenste spronggewricht bestaat uit het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en het sprongbeen (talus). Het onderste spronggewricht bestaat uit twee delen, een voorste deel (talocalcaneonavicularis) en een achterste deel (subtalaris). Het voorste deel is het gewricht tussen het sprongbeen (talus), het hielbeen (calcaneus) en het bootvormig been (naviculare). Het achterste deel is een gewricht tussen het sprongbeen (talus) en het hielbeen (calcaneus). Er lopen een aantal banden over deze gewrichten, deze worden ligamenten genoemd. Deze banden zijn vrij stug, maar bezitten enige rekbaarheid. Ze kunnen niet worden aangespannen, dit in tegenstelling tot spieren. Deze ligamenten laten bepaalde bewegingen tussen de gewrichten toe en verhinderen juist andere bewegingen. Wanneer je de enkel naar binnen buigt, komen de ligamenten aan de buitenkant op rek en remmen zo de beweging. Wanneer je de enkel naar buiten buigt, komen juist de binnenste ligamenten op rek. Wanneer je echter "door je enkel gaat", worden de ligamenten zó ver opgerekt dat ze kunnen verrekken, of zelfs scheuren. Dit scheuren kan betekenen, dat er een klein scheurtje in één of meerdere ligamenten ontstaat, maar er kunnen ook ligamenten compleet afscheuren. Ook kunnen de gewrichten beschadigd of geblokkeerd zijn. Het inversietrauma kent dus meer gradaties, variërend van licht tot ernstig. Wanneer je door je enkel bent gegaan, is het voor een leek niet zo eenvoudig om vast te stellen hoe ernstig de situatie is. Rust: Als er na een aantal dagen geen verbetering optreedt, of als je twijfelt aan de ernst van het inversietrauma, neem dan contact op met een arts. Deze kan je doorverwijzen naar bijvoorbeeld een sportfysiotherapeut. Die kan de enkel onderzoeken en kijken welke structuren allemaal aangedaan zijn. Aan de hand van de gegevens die verkregen zijn bij het onderzoek, kan dan begonnen worden met de therapie. Die kan bestaan uit het frictioneren (= een soort massage ter bevordering van het herstel) van de aangedane ligamenten. Ook kunnen de gewrichten worden gemobiliseerd. Vervolgens kan er begonnen worden met een oefenprogramma. Dit oefenprogramma bestaat onder andere uit coördinatieoefeningen voor de enkel. Ten slotte kan de enkel in sommige gevallen worden ingetaped , zodat er nog met de enkel kan worden gesport of gelopen. terug naar vragen De Warming-up ![]() Bijna elke sporter doet een warming-up voor zij of hij begint met een activiteit. Tegelijkertijd is een groot gedeelte niet op de hoogte van de effecten van zo'n warming-up. "Blessurepreventie", is een veelgehoord antwoord. Maar waarom dan? En waaruit bestaat een goede warming-up eigenlijk?
Voor beide soorten warming-up geldt: Rustig beginnen en langzaam de intensiteit opvoeren. Hoe groter de te leveren prestatie, des te langer duurt de aanloop naar dat prestatieniveau toe, oftewel des te langer de warming-up. Zorg dat je juist díe lichaamsdelen betrekt in je warming-up, die je later gebruikt bij je prestatie. De belangrijkste op een rijtje:
Bovenstaande processen vinden niet één-twee-drie plaats. Zoals eerder opgemerkt, hoe groter de prestatie, des te langer de aanloop naar dat prestatieniveau toe. De warming-up moet geleidelijk worden opgevoerd, zodat de lichaamstemperatuur toeneemt, zonder dat je moe wordt of je energievoorraden uitgeput raken. De warming-up is dan ook heel individueel. Een olympisch zwemkampioen zal een compleet andere warming-up doen dan de recreatieve zwemmer die twee keer in week een paar baantjes trekt. Diezelfde warming-up zou de recreatieve zwemmer immers al volledig uitputten. Niet alleen getraindheid, maar ook leeftijd heeft invloed op de warming-up. Naarmate de leeftijd toeneemt, zal ook de warming-up meer tijd in beslag nemen. Dit kan veel blessures voorkomen. Een spierscheur is nogal eens het gevolg van een niet goed opgewarmde spier. De spier heeft dan een te hoge spanning, of kan niet snel genoeg aan- en ontspannen. Neem dus de tijd voor een goede warming-up. Niet alleen voorkom je zo blessures, het verhoogt ook de prestatie die je gaat leveren! terug naar vragen De Tenniselleboog ![]() De naam tenniselleboog doet vermoeden dat het een blessure betreft die uitsluitend voorkomt bij tennissers. Dit is echter niet het geval. Ook zonder te tennissen kun je deze blessure oplopen. Wat is nu precies een tenniselleboog? Hoe kun je deze oplopen? En wat kun je eraan (laten) doen ter genezing en ter preventie? De medische benaming voor een tenniselleboog is epicondylitis lateralis. Dit wil zeggen dat er sprake van een irritatie of een ontsteking aan het buitenste botstuk van de elleboog. Bij een gebogen elleboog kun je drie uitstekende botstukken voelen, één in het midden en twee aan weerszijden. Aan de binnenste knobbel hecht een aantal pezen van de onderarm aan. Dit zijn de pezen van de spieren die de pols en vingers buigen. Aan de buitenste knobbel hechten de pezen aan van de spieren die de pols en de vingers strekken. Deze strekspieren krijgen veel trekkrachten te verduren tijdens bijvoorbeeld een potje tennis. Maar ook met een schroevendraaier werken, of een dop van een fles afdraaien kan erg belastend zijn voor deze spiergroep. Als deze spiergroep wordt overbelast, raakt vooral de plaats waar de pezen aan het bot vasthechten geïrriteerd. Bij tennis is zo'n overbelasting vaak het gevolg van een verkeerde slagtechniek of verkeerd materiaal (bijvoorbeeld een te groot of een te klein handvat). Het eerste wat je moet doen als je last hebt van een tenniselleboog is rust nemen. Doe geen dingen waardoor de pijn in de elleboog opkomt of verergert. Dit kan betekenen dat je zelfs geen handen mag schudden! Vervolgens is het raadzaam om een bandage aan te schaffen, speciaal gemaakt voor een tenniselleboog. Dit is in feite niets anders dan een bandje om je arm, die druk uitoefent op het buitenste botstuk. Hierdoor worden de trekkrachten op dat botstuk verminderd. Als je erg veel pijn hebt, kun je de pijnlijke plek behandelen met ijs. Niet langer dan 15 minuten en niet het ijs direct op de huid doen, want dat kan brandplekken geven. Verder zul je alle spieren van de onderarm moeten gaan rekken. Dit kun je doen door je polsen zo ver mogelijk te buigen en te strekken, terwijl je de elleboog gestrekt houdt. Wanneer je weer pijnvrij kunt bewegen, is het belangrijk dat je deze spieren ook gaat versterken. Dit kan op een vrij simpele manier, bijvoorbeeld door in een balletje te knijpen. Het is dan wel belangrijk dat je voorzichtig begint en de kracht die je uitoefent langzaam opvoert. Bij een te snelle opvoering van de belasting kan de klacht in alle hevigheid terugkomen. Als de spieren weer goed belastbaar zijn, kun je alles weer doen, ook tennissen. Laat dan wel door een professioneel persoon je slagtechniek verbeteren of je materiaal aanpassen. Als de klachten niet minder worden, maar hetzelfde blijven of erger worden, neem dan contact op met een arts. Deze zal je in de meeste gevallen doorverwijzen naar een fysiotherapeut. Deze kan door middel van fricties ( een vorm van massage, waarbij de doorbloeding van de pees wordt verbeterd) en een oefenprogramma vaal de blessure verhelpen. Bij een hele hardnekkige klacht kan er eventueel door de arts een ontstekingsremmer rond de aanhechting van de pezen worden ingespoten. Dit heeft echter wel gevolgen voor de kwaliteit van het weefsel, dus dit moet met de nodige terughoudendheid worden toegepast. terug naar vragen De Runner's Knee (Lopersknie) ![]() De "Runner's knee" of "Lopersknie" is de populaire naam voor een aandoening die officieel wordt aangeduid met de term "Tractus iliotibialis frictiesyndroom". De naam Runner's knee is een beetje misleidend omdat deze blessure ook bij andere sporten dan hardlopen kan voorkomen. Ook worden andere klachten rond de knie ook vaak aangeduid met deze term. De Runner's knee is een overbelastingsklacht van de Tractus iliotibialis, een peesplaat (die vanaf een spier komt) aan de buitenzijde van het bovenbeen . Deze klacht komt zowel bij topatleten als bij recreatieve lopers voor en treedt vaker op bij mannen dan bij vrouwen, de oorzaak daarvan kan liggen in het feit dat meer mannen dan vrouwen duursporten beoefenen. De klacht uit zich in een zeurende of stekende pijn aan de buitenkant van de knie die kan uitstralen naar knieholte of naar de buitenkant van het onderbeen. De klachten verdwijnen door rust, maar als de oorzaak blijft bestaan blijft de sporter last houden van deze aandoening. Mogelijke oorzaken liggen bijvoorbeeld in een te zwaar trainingsschema of treden op na een eenmalige zeer zware inspanning. Ook het lopen op harde ondergrond, in een heuvellandschap of het telkens lopen aan één kant van de (bolle) weg kunnen oorzaken zijn. Verder kunnen versleten loopschoenen van grote invloed zijn op het instandhouden van de klacht, maar ook nieuwe schoenen veroorzaken wel problemen vanwege de verandering van de stand van de voet. Een meer algemene oorzaak waar vooral heel goed op gelet moet worden is de stand van voeten, benen, en het looppatroon van de sporter.
terug naar vragen De Jumper's knee (Springersknie) ![]() De "Jumper's knee", ook wel "Springersknie" of "Apexitis patellae" genoemd, behoort tot de overbelastings-aandoeningen van de knie en komt regelmatig voor bij takken van sport waar springen en explosieve acties op de voorgrond staan. Voorbeelden hiervan zijn sprinten, ver- en hoogspringen bij atletiek, basketbal, volleybal, en handbal. Sporters die last hebben van een jumper's knee hebben meestal pijn aan de onderkant van de knieschijf (patella). In sommige gevallen kan er sprake zijn van pijn aan de bovenkant van de knieschijf of voor aan het onderbeeen (tuberositas tibiae). Deze klacht kent diverse stadia: Sporters met een Jumper's knee zullen eerst hun trainingbelasting moeten verminderen, vooral de springvormen met daarbij de overstrekking van de knie. Ook in het dagelijks leven moet kniestrekking zoveel mogelijk worden vermeden. Trainingen als zwemmen, fietsen kunnen als alternatief dienen. terug naar vragen Achillespeesontsteking ![]() Achillespeesontsteking is een veel voorkomende overbelastingsklacht, die veel voorkomt in sporten waarbij veel explosieve- en sprongbewegingen voorkomen. De achillespeesontsteking ontstaat meestal niet acuut, maar de sporter heeft vaak al langer last van deze klacht die in ernst toeneemt.
Verminderen van de training ( vooral ontlasten van de achillespees), is een eerste vereiste voor genezing. Onder begeleiding van de sportfysiotherapeut kan de sporter een trainingsprogramma volgen waardoor de kuitmusculatuur wordt versterkt en de achillespees wordt ontlast. Daarbij horen ook voorzichtige rekkingsoefeningen voor de kuit en pees en uiteindelijk coördinatie oefeningen, gericht op de specifieke tak van sport. Als er sprake is van een verkeerde voetbelasting dan kan het looppatroon worden verbeterd, eventueel in combinatie met een inlegzool. Soms kunnen er behandelingen nodig zijn die ervoor zorgen dat de ontstekingsreactie vermindert, hierbij kan men denken aan het inbrengen van medicijnen met stroomvormen. Ook kan het nodig zijn dat de sportfysiotherapeut de beweeglijkheid van de enkel mobiliseert. Zelfs een probleem in de rug kan leiden tot achillespeesontsteking, hierbij staat dan eerst de behandeling van de rug centraal. Deskundige hulp van de sportfysiotherapeut is hier dus ook noodzakelijk. Maar ook voor deze klacht geldt: "voorkomen is beter dan genezen" en daarom moet men altijd zorgen voor een goede warming-up en cooling-down met rekkingsoefeningen. Zorg verder voor een geleidelijke trainingsopbouw, zeker na een rustperiode of blessure. Indien mogelijk moet men altijd proberen te trainen op een niet te harde ondergrond en te zorgen voor goede schoenen met voldoende steun. terug naar vragen |
Nieuws TeamFysio:
Spreekuur Podotherapeut
Zorgverzekeringen in 2012 |
|||
| (c)TeamFysio 2007-2012 | Privacy Reglement | |||||